Menu
Atlantis - Mieke de Waal


Schetsen vloerbeelden 2010 - Titia Eggen


remains#12 ceramics


Installatie Lolalik 4,5 x 1,8 x 2,5


 

Beelden 2#2019

20190621Beeldenmagazine2In het aanstaande nummer van Beeldenmagazine leest u recensies over een aantal interessante tentoonstellingen specifiek gericht op beeldhouwkunst. Zo wordt o.a. de tentoonstelling Het begin van een nieuwe wereld in Kröller-Müller Museum beschreven. De tentoonstelling laat de ontwikkeling van de moderne sculptuur zien door de ogen van Bram Hammacher, directeur van het Kröller-Müller Museum van 1948 tot 1963. 
 
In het Stedelijk in Amsterdam vindt de tentoonstelling Hybride Sculptuurplaats. Deze tentoonstelling toont hoe de beeldhouwkunst is veranderd sinds 1990. De titel verwijst naar het feit dat bijna geen van de werken eruit ziet als een
beeldhouwwerk in de klassieke zin: de kunstenaars werken op het snijvlak van sculptuur en schilderkunst, performance, videokunst en design. 
 
Charlotte van Pallandt, een als traditioneels bekend staande beeldhouwer, maakte in een vrij late entree in de Nederlandse kunstwereld: zij was de 50 al gepasseerd toen haar werk in een museum werd getoond. Nu is haar werk in De Fundatie te zien. Naast Van Pallandt kunt u beschrijvingen lezen van tentoonstellingen van herman de vries,
Peter Struycken en Henk Visch.
 
Ook de buitententoonstellingen komen weer aan bod in dit nummer. Zo presenteert ArtZuid, met als thema De tuinen van Amsterdam Zuid, meer dan zestig figuratieve beelden en ruimtelijke installaties. Daarnaast worden de Beeldengalerij
Haarlem, DeHeemtuin verbeeld in Leiderdorp en Playground in Heerjansdam besproken.
 
In dit nummer ook, zoals gebruikelijk, aandacht voor kunst in de openbare ruimte. Zo kreeg Fons Schobbers de opdracht van de gemeente Venlo om een nieuw beeld langs de oevers van de Maas te plaatsen en werd het werk van Ad Dekkers herplaatst in Bergeijk.
Dit en nog veel meer kunt u, naast onze vaste rubrieken ‘Verborgen schatten’, ‘Cross-overs’ en ‘Boeken’, lezen in het nieuwe nummer van Beeldenmagazine dat 29 juni a.s. verschijnt.
 
www.beeldenmagazine.nl

Ballotagedatums NKvB in 2019

ActieNKvBmidresVoor professionele, ruimtelijk werkende beeldend kunstenaars die werkend lid of aspirantlid van de NKvB willen worden, is er 4 x per jaar een ballotagemoment. De ballotagedatums voor 2019 zijn 20 februari, 22 mei, 28 augustus en 13 november.

De ballotagebeoordeling geschiedt op grond van de kwaliteit van het werk, het cv en de informatie op de website van de ballotant. Het is goede praktijk ervoor te zorgen dat de website een goede afspiegeling van uw werk biedt en dat alle andere informatie correct en geactualiseerd is, zodat de ballotagecommissie een juiste indruk kan krijgen van uw activiteiten en kunstenaarschap. Wacht liever niet tot het laatste moment, want er wordt pas geballoteerd, als de bijdrage in de ballotagekosten door de penningmeester ontvangen is.

De ballotagecommissie is een jaarlijks wisselende groep van vijf werkende leden, die autonoom onder begeleiding van de ballotagesecretaris beoordelen of de ballotant kan worden opgenomen als aspirant/werkend lid. Dat advies van de ballotagecommissie wordt door de ballotagesecretaris naar het bestuur gestuurd. Wanneer er geen doorslaggevende bezwaren zijn, neemt het bestuur het advies integraal over. Daarom kan het enkele weken duren voordat de uitslag aan de ballotanten wordt medegedeeld.

Interesse in lidmaatschap? Klik hier 
Vriendenlid worden? Klik hier

Vragen over of aan de vereniging kunt u mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

2019: NKvB 101 JAAR!

ActieNKvBmidresOp 6 juni 1918 werd de Nederlandse Kring van Beeldhouwers opgericht door een groep professionele beeldhouwers die de aandacht voor de ruimtelijke beeldende kunst en met name het kwaliteitsniveau van kunstwerken in de openbare ruimte op peil wilden houden. Dat honderdjarig bestaan zal uitgebreid gevierd worden; we houden u op de hoogte... Voor nu wenst deze honderjarige u alvast een spetterend en inspirerend 2018!!
Lees verder...

Kringleden ontvangen 50 euro!

ActieNKvBmidresDe kunstenaars van de KKvB zijn professionele kunstenaars dus ontvangen zij via de vereniging een thuiskopievergoeding van 50 euro per jaar. Ben je ingeschreven als Werkend Kringlid en heb je je contributie voor het lopende jaar voldaan, dan ontvang je jaarlijks spontaan 50 euro vergoeding op je bankrekening. Tel je daar de kortingen bij op die verscheidene gieters en leveranciers aan Kringleden geven plus de korting van 33% op je lidmaatschap van Sculpture Network, leidt dat al tot meer dan 100 euro financieel voordeel en dat komt bovenop het lidmaatschap van een leuke club beeldhouwers met goede onderlinge contacten en de mogelijkheid deel te nemen aan de NKvB-tentoonstellingen die meerdere malen per jaar georganiseerd worden.

In 2018 bestaat de Nederlandse Kring van Beeldhouwers 100 jaar. Dat wordt gevierd met bijzondere activiteiten zoals een speciale ledententoonstelling in Pulchri in Den Haag. Wordt nu lid van de 100-jarige!
Werkend lid worden? NKvB!
Vriendenlid worden? NKvB!

Tjipke Visser, een observatie van zijn werk

Tjipke Visser (1876 - 1955) werd in 1918 de eerste voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Met het jubileumjaar in aantocht werd het hoog tijd voor aandacht voor een van de eerste NKvB-ers. Harmen Tilstra werd geraakt door Tjipke's werk en schreef een observatie van zijn kerkbeelden in Workum.

Mystiek in eikenhout
Tekst Harmen Tilstra
Foto's Karin Reef

De Sint Gertrudiskerk oogt zo kolossaal dat heel Workum met al zijn straten, huizen, winkels, jachthavens, het hele Jopie Huisman-museum en de complete zuivelfabriek er in zou kunnen verdwijnen. Met mijn volle gewicht trek ik de loodzware deur open en stap het duister in. Even later blijkt dat ik onder het eeuwenoude orgel, rijk versierd met houtsnijwerk, ben doorgelopen.

TjipkeVisser1webresDe ruimte hier is een universum. Het blauw van het plafond raakt aan het blauw van de hemel. Overweldigd door de ruimte waarin het gonst van verhalen die er rondspoken, loop ik over zwarte zerken het middenpad af.

Verderop aan weerskanten langs de hoge muren zijn acht doodsbaren uit vroeger eeuwen tentoongesteld. Gildes van boeren, schippers, apothekers en chirurgijns, smeden en timmerlui waren elk in het bezit van hun eigen baar, waarop een overleden vakgenoot naar het graf werd gedragen. De gildebaren zijn beschilderd met voorstellingen van de bijbehorende ambachten en met doodssymbolen als zandloper, klok, doodskop en skelet met zeis. De ‘blinde baar’ werd gebruikt voor zelfmoordenaars, misdadigers en anonieme drenkelingen. Zelfs een baar voor schipperskinderen is bewaard gebleven.

Rangen en standen rondom de dood, memento mori in afbeeldingen die bij die rangen en standen passen, merkwaardig, waarom zou je...?

Op de zijleuningen van de kerkbanken zijn panelen aangebracht met schitterend snijwerk: geplooide stof van hout met vaak kopjes van mannen, van vrouwen en zelfs van een nar erboven. Ook de preekstoel is rijk versierd met houtsnijwerk. Je staat versteld van de Bijbelse voorstellingen: een verlamde is genezen, Petrus gevangen genomen, Lazarus opgewekt uit de dood, en zo verder. Hoe kunnen mensenhanden het maken, denk je, maar je wordt er niet warm of koud van...

Bij het doopvont blijf ik als vanzelf stilstaan. Achtkantig zachtgrijs kalksteen. Op de zijkanten vier Bijbelse reliëfs: Johannes met staf en kemelsharen mantel doopt Jezus, de duif daalt rechtstreeks uit de hemel neer. Filippus doopt de eunuch, beheerder van de schatkist van de Ethiopische koningin, van tussen zijn oogkleppen kijkt het paard voor de wagen belangstellend toe. De predikant doopt boven net zo’n achtkantig doopvont op net zo’n sokkel een door de vader gedragen baby, de moeder in Friese klederdracht houdt haar handen voor haar borst. En een duif brengt Noach zijn olijftak; het alles verwoestende water is aan het zakken. Het zijn vier tedere taferelen: gewone mensen in lange gewaden verrichten of ondergaan liefdevolle handelingen. In het ondiepe bassin van het doopvont is rondom een handtekening gezet. In deftig Latijn staat er dat Tjipke Visser dit heeft gebeeldhouwd in het jaar 1943.

Omdat een kerk geen museum is, durf ik het doopvont wel aan te raken. Mijn vingertoppen dwalen over het paard, over de duif, over de letters in het bassin. De steen voelt wonderlijk zacht.

Maar daar blijft het niet bij. Door de openstaande hekken treed ik het koor van de kerk binnen. Er ligt een groen tapijt, vermoedelijk over grafzerken. In de rugleuning van de grote houten predikantenstoel achter de tafel met de eeuwenoude Bijbel, heeft diezelfde Tjipke Visser in reliëf een drieluik gesneden: in het middelste luik biedt de oude priester Melchisedek, lang haar, een lange baard, in lang priesterlijk gewaad, aan Abraham, die doet denken aan myn Pake út Ferwâlde, een beker wijn en een brood aan. In de luikjes aan weerskanten zijn korenschoven en druivenranken gebeiteld. Ongetwijfeld een verwijzing naar het laatste Avondmaal van Jezus met zijn discipelen.

TjipkeVisser2webresEn dan. Op de achterkant van de houten lessenaar heeft Visser een vogel gesneden. Nee, niet zo’n alles verscheurende adelaar, zoals te doen gebruikelijk, maar de onbeholpen aalscholver, die als geen andere vogel aarzelt bij het kiezen van de juiste koers, de juiste hoogte en de juiste plek om te landen. De in alle eenvoud gestileerde vleugels en zijn staart houdt hij uitgespreid om ze te laten drogen in de zon.

En er is meer. Rondom in het koor staat een dubbele rij banken. Achter die banken een luifel. In de ronding van achterwand en luifel hangen op regelmatige afstand van elkaar vijfentwintig engelen. Ik zie Tjipke Visser voor me: leren schort, blokje eikenhout in de schoot, messen, beitels en gutsen onder handbereik: ‘Nu heb ik wel weer eens zin in een engel.’ De een houdt een harpje tegen de schouder, bij een ander ligt een gitaar op schoot, een derde blaast op een schalmei. Allemaal met neergeslagen of gesloten ogen. Sommige leggen hun handen tegen elkaar voor de borst, anderen vouwen ze voor zich in de schoot. Wie zou er niet door zo’n leger van engelen omringd willen worden.

Maar het mooiste komt nog. Voor de voorste bank staat rondom een balustrade. Om de paar meter staan vijftien, zo’n twintig centimeter hoge, houten beeldjes. Ze  zijn in de reusachtige kerk aandoenlijk klein, maar onweerstaanbaar aanwezig. Mannen en vrouwen, diep in gebed verzonken.

De vrouwen knielen op een kussen, zitten op beide hakken of op een knie. Net als de engelen met gesloten ogen. Hun ruwe handen zijn gevouwen voor hun buik of liggen tegen elkaar onder het hoofd. Sommige houden hun hoofd fier rechtop, anderen devoot gebogen. Ze zijn gekleed in wijde rok en nauw sluitend jak.

De drie mannen zitten ook op één knie, wijde broek, nauwsluitend jasje, handen voor de borst met daarin de pet waarachter het gezicht verdwijnt.

De meest ontroerende vrouwen zijn niet veel groter dan mijn gebalde vuist.  Ineengedoken zitten ze op één knie. De handen op de opgetrokken knie, het hoofd op de handen, de rug gekromd. Ze worstelen met verdriet, met zichzelf, met barre omstandigheden, met God. De rechterzijkant is amper uitgewerkt, alsof Visser ze niet verder wilde bewerken, niet wilde storen.

Twaalf vrouwen, drie mannen diep in gebed verzonken, intens verbonden met iets of met iemand. Zonder een spoor van twijfel, zonder welke rationele bedenking ook, intiem met degene aan wie ze zich hebben toevertrouwd. Mijn hand vouwt zich om een van de worstelende vrouwen. Vertederd kijk ik naar haar overgave, haar devotie, haar intense intimiteit.

 

TjipkeVisser3webresTjipke Visser is in 1876 in Workum geboren, heeft in Amsterdam een opleiding tot tekenleraar doorlopen en is eerst als tekenmeester in Volendam, daarna in Bergen, Noord-Holland gaan wonen. Daar heeft hij de rest van zijn leven gewoond en gewerkt. In Volendam is hij met beeldhouwen begonnen: Volendammers in hun kostuum, maar ook een meisjeskopje. Vooral in hout, maar later ook in steen en brons. De liefdevolle eenvoud en de stilering van zijn modellen doen me denken aan het werk van Jan Mankes, in de verte ook aan dat van Käte Kollwitz. Visser heeft tijdens zijn leven geëxposeerd in het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat werk van hem in bezit heeft. Net als het Gemeentemuseum in Den Haag en Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam.

Na de Eerste Wereldoorlog nam hij het initiatief tot de ‘Nederlandse Kring van Beeldhouwers’, een vereniging die nog steeds functioneert. Tijdens de oprichtingsvergadering werd hij tot eerste voorzitter van de Kring gekozen.

In 1942 vroeg de kerkvoogdij van de Sint Gertrudiskerk vanwege een geplande restauratie hem het doopvont, de stoel, de lessenaar en verschillende beelden vorm te geven. De contracten werden getekend en de opdracht uitgevoerd. In de jaren vijftig vond de restauratie plaats.  Pas in 1992 werden de al lang vervaardigde engelen aangebracht in de achterwand.

In 1955 is zijn as bijgezet in het familiegraf naast de Sint Gertrudiskerk.

In het Museum Warkums Erfskip (alleen geopend in de zomer) zijn een aantal beelden, schilderijen en houtsnedes te zien.

Eind 2016 tot begin 2017 is in het Gemeentemuseum in Den Haag tijdens de overzichtstentoonstelling VAN RODIN TOT BOURGEOIS: SCULPTUUR IN DE 20STE EEUW, naast het werk van o.a. Rodin, Giacometti, Moore en Brancusi, Tjipke Vissers levensgrote bronzen ‘Pandora’ te zien.

De Sint Gertrudiskerk is voor bezichtiging geopend van mei tot en met september van 11.00 uur tot 17.00 uur. Zijn werk in deze kerk alleen al doet verlangen naar een mooie museale overzichtstentoonstelling van zijn prachtige beeldhouwwerk.

 

Literatuur:

‘De Sint Gertrudiskerk in Workum’
Regnerus Steensma, 2010, uitgeverij Bornmeer


‘Tjipke Visser, Marijcke Visser’
Herman Martin, 1958, uitgeverij Laverman

 

‘Tjipke Visser beeldhouwwerk 1902-1936'
Een eigen uitgave van Visser: ‘35 afbeeldingen naar zijn werk’

 

Harmen Tilstra