Menu
Mars


Luxuria Do Not Touch - sidetable


Worry


remains#12 ceramics


 

The Horseman's Kitchenette in Boymans

ronaldcorelissenboymans.jpgVan 18 september 2010 tot en met 23 januari 2011 toont Ronald Cornelissen (1960) vier nieuwe sculpturen in Museum Boijmans Van Beuningen onder de titel The Horseman’s Kitchenette (When Demons Cook). Cornelissen is vooral bekend om zijn tekeningen in een los handschrift. Daarnaast maakt hij installaties en sculpturen vervaardigd van alledaagse materialen zoals meubelplaat, papier-maché en karton. De getoonde sculpturen verwijzen naar motieven uit zijn tekeningen. Zijn metersgrote sculpturen verwijzen naar de vier ruiters van de Apocalyps, de hoofdrolspelers in Openbaring 6 van het Nieuwe Testament. Deze beelden vormen het uitgangspunt van deze tentoonstelling. De werken ‘Limbo’, ‘The Great Wave’, ‘Gangreen’ en ‘For the God of Love’ refereren elk aan een van de ruiters.

Alledaagse heroïek

In het Nieuwe Testament nemen de ruiters, brengers van onheil, een mythisch karakter aan. De beelden van Cornelissen doen het tegenovergestelde: door het gebruik van alledaagse materialen en de buitenproportionele afmetingen krijgen de sculpturen eerder een alledaags en tragikomisch karakter. Ook in de tekeningen en fotocollages krijgen de verwijzingen naar politiek, religie en fascisme een banaal karakter. Cornelissen neemt zo naar eigen zeggen “een loopje met de absurde trekjes die de discussie rond de zogenaamde ‘Ondergang van het Avondland’ aanneemt in Nederland”. Hij verwijst hier naar de publicatie van cultuurhistoricus Oswald Spengler (1880-1936), wiens pessimistische blik op de Westerse cultuur nog steeds actueel lijkt te zijn.

Inspiratie

De tekeningen en sculpturen van Cornelissen refereren aan comics, cartoons, graffiti, straatpoëzie, muziek, kunst en architectuur. Zo verwijst ‘The Great Wave’ indirect naar een beroemde houtsnede van de Japanse kunstenaar Hokusai en verwijst het werk ‘For the God of Love’ naar het met diamanten ingelegde doodshoofd van de Britse kunstenaar Damien Hirst.